Riet (Phragmites sp.)

Liturgisch bloemschikken
Riet (Phragmites sp.)

Riet hoort ook niet bij de bloemen, maar is een grassoort en heeft ons heel wat te vertellen.
 
In het Oude Testament komt riet voor als beeld van zwakte. Het is buigzaam en breekbaar 'De Heer zal Israël slaan alsof het een riet was dat in het water op en neer gezwiept wordt.' (I Kon. 14:15) Breekbaar: 'Het gekwetste riet zal hij niet breken en de kwijnende vlaspit (vlaswiek) blaast hij niet uit.' (Jes. 42:3) Als beeld van de dienstknecht van God wordt gezegd: 'Hij zal het geknakte riet niet breken' (Jes 42:3). Deze tekst wordt als aankondiging van de komst van de Messias beschouwd. Zijn barmhartigheid blijkt uit het feit dat hij het kwetsbare spaart.
 
Een vlaswiek of vlaspit was een van vlas gedraaide lont, die in een olielamp gebruikt werd. Soms brandde zo’n  pit wel, maar heel slecht, en rookte dan heel erg. Zowel geknakt riet als een kwijnende lont duiden zwakheid van iets of iemand aan: er is maar weinig voor nodig om het riet te breken of de vlam te doven. De profetie uit Jesaja geeft hoop voor de zwakken en kwetsbaren onder ons. Er blijft hoop dat het goed komt.
 
Het woord gekrookt in plaats van geknakt komt uit de Statenvertaling (1637). Het was de naam van een groep bevindelijken in de Nederlands hervormde kerk die een blad met die naam uitgaf vanaf de jaren 80. In 2004 is dit opgegaan in het landelijk kerkblad van de Hersteld Hervormde kerk. 
 
In de mythologie is riet een belangrijk motief. Overal ter wereld kwamen zuilen voort uit riet. 
Het is een symbool hoe de wereld uit de oer wateren zou zijn ontstaan.
Veel geboorte verhalen, zowel in de mythologie als in de bijbel spelen zich af in het riet. Mozes werd door zijn moeder te vondeling gelegd omdat er opgeroepen werd alle Joodse kinderen te doden. Tijdens de vlucht uit Egypte stak hij de Schelfzee of Rietzee over.
 
Een sage die minstens 16 subtypen kent en vooral in het nederlandse taalgebied voorkomt:
“ Als je goed kijkt naar het riet, dat in de sloten groeit, dan zul je zien dat er in ieder blaadje drie tanden staan: Dat is nog uit de tijd dat Onze Lieve Heer moest vluchten naar Egypte. Onze Lieve Vrouw en ons lief Heertje zaten op een ezel, en die ezel had erge honger. En hij probeerde altijd maar om in het riet te bijten langs de weg in de sloten. Maar de heilige Jozef had haast én de ezel mocht geen ogenblik blijven staan en de blaadjes van het riet slipten tussen zijn tanden door. Hij kon er geen een afbijten, maar zijn tanden stonden erin. En ze staan er nog in, zoals je heel goed kunt zien.” (Sinninghe, p. 205.)

Een buitenlandse versie gaat over de duivel en zijn grootmoeder die ruzie hebben en een ander sagen type beschrijft het riet als eigendom van de duivel.
Ook dit is weer een voorbeeld hoe in verschillende culturen verschillende betekenissen aan een plant worden toegekend.
 
 
 
 
 
 
 

terug