Uit de liturgische werkplaats

Uit de liturgische werkplaats

Hoe bepaalt een voorganger, uiteraard in samenspraak met de kerkmusicus, de liederen voor een viering op zondagmorgen? Op verzoek vanuit onze wijkkerkenraad wil ik daar graag eens iets over vertellen. Ik begin bij een enkel inhoudelijk uitgangspunt en vertel daarna iets uit de liturgische praktijk.

Eerst de inhoudelijke kant van de zaak. De schriftteksten van de zondag, het thema dat daaruit naar boven komt en de tijd van het kerkelijk jaar spelen allemaal een rol. Als je uitgaat van schriftlezingen uit een bestaand rooster (wat we in verregaand de meeste gevallen doen) dan kun je gebruik maken van tips bij de liedkeuze die op diverse plekken gepubliceerd worden. Bij die suggesties staan ook liederen specifiek bij de schriftlezingen vermeld. Maar Nota Bene: het is beslist niet zo dat je die suggesties zomaar overneemt! Ikzelf doe dat als voorganger in elk geval niet. Liederen die wij als verzamelde gemeente zingen zijn namelijk veel meer dan een muzikale illustratie bij lezingen. Ze hebben een zelfstandige functie. Een goed gekozen lied helpt ons om binnen te komen in de liturgische ruimte. Een ‘Heer ontferm U’ doet ons onze nood uitzingen. Al zingend danken en loven wij God. Een lied kan ook gebruikt worden als tegenstem, als contrast bij een schriftlezing. Zo zorgen liederen er voor dat de orde van dienst met gebeden, liederen en schriftlezingen een geheel wordt met een begin en een einde. Er zit opbouw in. Er kunnen verschillende spanningsbogen inzitten. We kunnen vertragen en versnellen. Liederen hebben daarbij een geheel eigen functie.

Dan nu iets uit de praktijk zelf. Nogmaals: hoe komen we nu aan de gekozen liederen? Centrum is voor mij het Liedboek uit 2013. Daarnaast kies ik ook wel uit andere bundels maar ons Liedboek is zó breed samengesteld dat je daarmee in principe heel ver kunt komen. We gebruiken dit Liedboek al heel wat jaren. Maar er staan zoveel liederen in (1285 om precies te zijn) dat niemand daar direct een

volledig overzicht van heeft. Als ik op een vrije zondag naar een andere kerk ga word ik regelmatig verrast door een lied uit dit Liedboek dat ik nog niet ken en dat ik ook voor onze kerkmuzikale praktijk geschikt vind. Daarom ben ik tijd gaan investeren om heel ons liedboek van A tot Z – dus alle 1285 liederen! – door te nemen. Bij de piano en soms met gitaar. Met de koorbundel er bij. Met deze exercitie ben ik al een heel eind gevorderd. U heeft daar ook iets van kunnen merken de afgelopen maanden. Ik noem enkele voorbeelden:

- op 23 januari zongen we lied 62a: ‘Bij God alleen verstilt mijn ziel’. De bewerking van psalm 62 uit Taizé (62b) die kenden we al, maar deze bewerking van Theo Goedhart is nieuw – en voor herhaling vatbaar.
- in de Paaswake zongen we met een klein koor 137a ‘Toen wij zaten langs het water’. Een lied op een volksmelodie uit Letland, te zingen bij Ezechiël 37. Het lied had mij getroffen niet alleen vanwege de tekst maar ook vanwege de prachtige vierstemmige koorzetting. Wie er bij was op 16 april kan dat beamen!

- Op 23 januari en 6 februari zongen we als acclamatie na de schriftlezingen het refrein van 119b ‘Een lamp voor mijn voet is uw woord’. Een idee dat alleen maar op kon komen doordat ik dus álle liederen, zonder enige uitzondering langsga.

Tot zover dit inkijkje in de liturgische werkplaats. Tussen de bedrijven door zoek ik de piano op en laat ik mij verrassen. Een flink aantal van de liederen die ik op die manier vind vraagt ondersteuning van een koor of koortje, zoals lied 137a als boven vermeld. Maar dat is weer iets anders om binnenkort eens aandacht aan te besteden.

Erik van Halsema

terug